|
| | Hierna wordt voor de drie besproken vormen
van hoogteziekte meer informatie verschaft:
- ‘Gewone’
hoogteziekte, ook wel aangeduid met acute hoogteziekte.
- Vochtophoping
in de hersenen: hersenoedeem.
- Vochtophoping
in de longen, longoedeem genoemd.

1. ‘Gewone’
hoogteziekte, ook wel aangeduid met acute hoogteziekte.
Hoogteziekte
wordt veroorzaakt door tekort aan zuurstof in het lichaam. Het percentage
zuurstof in de ons omringende lucht is ongeveer 21%; dat percentage is
onafhankelijk van de hoogte waarop we ons bevinden. Ook lucht heeft een gewicht:
de luchtdruk, aangeduid in millimeter kwik barometerdruk (mm Hg). Op zeeniveau
wordt de lucht samengeperst door de luchtkolom erboven, waardoor hij comfortabel
‘dik’ is. Echter, bij het toenemen van de hoogte, daalt de luchtdruk door de
afname van het gewicht van de luchtkolom erboven: de lucht wordt ‘ijler’ en bevat minder
moleculen zuurstof. Doordat er minder zuurstofmoleculen per liter lucht
beschikbaar zijn, neemt de hoeveelheid zuurstof die per ademhaling door het
lichaam kan worden opgenomen, af. Toch blijft het lichaam dezelfde behoefte aan
zuurstof houden om normaal te kunnen functioneren en presteren. Het lichaam gaat
‘slim’ met dat zuurstoftekort om, door allerlei aanpassingsreacties. Daardoor pakt het tekort minder slecht
uit dan je zou verwachten. De eerste paar dagen speelt het grootste deel van de
aanpassing zich af op de hoogte waarop je bent. Na gemiddeld een week tot tien
dagen is het aanpassingsproces grotendeels afgerond. Boven ongeveer 6000 meter
acclimatiseert je lichaam niet meer volledig en boven 7000 meter nog nauwelijks.
De aanpassing van je lichaam gaat na afdaling weer verloren in ongeveer
hetzelfde tempo als de aanpassing bij klimmen: ga je na een week op een lager
niveau weer omhoog, dan moet je lichaam dus vrijwel opnieuw beginnen zich aan de
nieuwe hoogte aan te passen.
De kans op
hoogteziekte wordt vooral bepaald door vier factoren:
 | De
snelheid van stijgen. Bij een stijging van minder dan 300 m op een dag komt
hoogteziekte vrijwel niet voor. Bij stijgsnelheden daarboven wordt de kans
groter naarmate men op een dag sneller stijgt, wanneer men intussen al op
2500 meter of hoger is aangeland. |
 | De
slaaphoogte. Wanneer men op een dag sterk stijgt, bijvoorbeeld meer dan 1000
meter, en men daalt dezelfde dag weer af, dan krijgt men geen hoogteziekte.
Het duurt meestal ongeveer 6 tot 12 uur voordat de klachten ontstaan, dus
als men dan weer beneden is wordt men niet ziek. Als men hoger slaapt,
vooral na een stijging van meer dan 600 meter binnen een dag, kan dat wel
het geval zijn. Tussen 2500 en 3500 meter worden gemiddeld 25% van de
klimmers meestal licht en kortdurend ziek, tussen 3500 en 5500 meter 65% met
ook ernstige vormen, en daarboven vrijwel iedereen. |
 | Aanleg.
Sommige mensen zijn zeer gevoelig voor hoogteziekte. Er zijn helaas geen
goede betaalbare testen vooraf om dat te bepalen, je merkt het pas als het
zover is. Als je eenmaal hoogteziek bent geworden is de kans dat je het een
volgende keer opnieuw krijgt groter. |
 | Een
eventueel verblijf op hoogte dagen tot mogelijk enige weken voor een nieuwe
stijging doet de kans op hoogteziekteproblemen afnemen. Exacte gegevens zijn
echter niet te geven. Hoe langer het vorige verblijf en hoe hoger (tot zo'n
6000 m, daarna wordt het problematisch) hoe meer het oplevert bij een nieuwe
beklimming die niet te lang na de vorige volgt. |
 | De
inspanning. Grote fysieke inspanning op hoogte veroorzaakt een extra sterke
verlaging van de zuurstofsaturatie. Bij klachten moet de inspanning dus
gereduceerd worden. |
De gevoeligheid hoogteziekte is tevoren niet in
te schatten, tenzij men de beschikking heeft over een laboratorium waar
druksimulaties kunnen worden uitgevoerd.
2. Vochtophoping
in de hersenen: hersenoedeem.
Hersenoedeem
(Engelse benaming: High Altitude Cerebral Edema, HACE) wordt beschouwd als het
‘eindstadium’ van acute hoogteziekte. Meestal is er bij mensen met
hersenoedeem dan ook sprake van klachten en verschijnselen die wijzen op acute
hoogteziekte en soms ook van longoedeem . De verslechtering van acute
hoogteziekte tot hersenoedeem kan plaatsvinden binnen twaalf uur tot circa drie
dagen. Er treedt vocht uit je bloedvaatjes, dat zich ophoopt in bepaalde
hersendelen. Mede omdat je schedel weinig ruimte biedt aan de nu gezwollen
hersenen, zijn de verschijnselen al snel zeer ernstig, ook bij nog relatief
weinig vocht. Symptomen die bij hersenoedeem optreden zijn: extreme hoofdpijn
die niet meer reageert op pijnstillers, verlies van beoordelingsvermogen en
realiteitszin, niet aangepast gedrag (soms lijkend op dronkenschap), dubbelzien,
verlies van coördinatie, blaasproblemen (incontinentie of juist niet kunnen
plassen), hallucinaties, geheugenverlies, sufheid, epileptische aanvallen,
verlammingsverschijnselen, en tot slot bewusteloosheid en dood door inklemming
van de hersenen. Het verlies van coördinatie is eenvoudig met een test vast te
stellen: de getroffen persoon is niet meer in staat met de ogen dicht rechtop te
blijven staan of hak-tegen-teen langs een rechte lijn te lopen zonder te
wankelen of te vallen. Kan hij/zij ook niet meer met de ogen dicht de vingertop
naar het puntje van de neus brengen zonder aarzelingen of ‘zoeken’, dan moet
je zeker van hersenoedeem uitgaan.
3. Vochtophoping
in de longen, longoedeem genoemd.
Ophoping
van vocht in de longen (longoedeem, in het Engels bekend als High Altitude
Pulmonary Edema of HAPE) is een zeer gevaarlijke ziekte die op hoogte kan
ontstaan. De belangrijkste oorzaak is te snel stijgen, maar er zijn goed
gedocumenteerde gevallen van longoedeem bekend bij mensen die zich keurig aan de
geadviseerde stijgsnelheid hebben gehouden. De ziekte ontstaat doordat zich in
de longvaten een (zeer) hoge bloeddruk ontwikkelt, waarschijnlijk door het
vrijkomen van samentrekkende stoffen uit de vaatwand en mogelijk ook door een
soort stressreactie van het afweerapparaat en het zenuwstelsel. Het precieze
mechanisme is niet bekend en evenmin weten we waarom dit bij bepaalde mensen wel
en bij anderen niet optreedt, al is zeker dat aanleg daarbij een rol speelt.
Door de ontstane hoge druk in de longhaarvaatjes en een ontstekingsachtige
reactie in de vaatwandcellen gaan deze cellen, die onder normale omstandigheden
lekkage voorkómen, vocht lekken. Er is dan geen volledige afsluiting meer
tussen bloedvaten en omringend weefsel. Daardoor kan vocht zich verplaatsen naar
die omringende weefsels. Doordat dit vocht zich bevindt in de weefsels tussen de
luchttoevoer in de longen en de zuurstofafvoer naar de longvaatjes, kan er te
weinig zuurstof uit de ingeademde lucht in het bloed worden opgenomen. Daardoor
wordt het tekort aan zuurstof dat op hoogte toch al bestaat, nog groter en word
je soms extreem benauwd. Je verdrinkt als het ware in je eigen lichaamsvocht. De
ziekte kan, bij gevoelige personen en/of na een te snelle stijging, tot een
levensbedreigende situatie leiden die men op tijd moet kunnen herkennen. Recent
onderzoek wijst uit dat ook op gemiddelde hoogten (4000 m) meer dan 50% van de
klimmers een lichte vochtophoping in de longen hebben; de meesten hebben er geen
last van, en het gaat zonder restverschijnselen weer over na afdaling. Mensen
die zich fysiek bijzonder inspannen lopen echter grotere risico's. Bij
mountain-bikers, als ze bergop rijden en hoog slapen, is dat aangetoond. Het is
dus verstandig om dagen met zware inspanning te laten volgen door rustdagen of
dagen met minder stijging. Röntgenfoto
van longoedeem met afzuigslangen ingebracht.  |